De allerlaatste bus van de Buurtspoorwegen

Ontdek het bijzondere verhaal van een bus die meer is dan alleen een voertuig. Bus 460110 staat symbool voor een belangrijke periode in de Belgische geschiedenis en verdient het om bewaard te blijven. Lees hier waarom.

De Buurtspoorwegen

De Buurtspoorwegen, in het Nederlands gekend als NMVB (Nationale Maatschappij Van Buurtspoorwegen) of in het Frans als SNCV (Société Nationale des Chemins de fer Vicinaux) was de unitaire vervoersmaatschappij die instond voor het streektram- en -busvervoer. Deze maatschappij was in feite de NMBS voor bus en tram.

Dit bedrijf werd in 1884 opgericht op papier en had als doel plaatsen in België te ontsluiten die nog niet werden bedient door de spoorwegen. De Buurtspoorwegen begonnen direct aan hun taak en in 1885 reed al de eerste buurttram over de NMVB-sporen. Dat jaar kan worden gezien als het feitelijke oprichtingsjaar van de Buurtspoorwegen.

Eind de jaren 1940 werd het hoogtepunt bereikt met maar liefst 5100km aan streektramwegen

Bron afbeelding: Wikimedia

Vanaf de jaren '50 van de vorige eeuw begon de afbouw van het streektramnet. De trams werden vervangen door bussen. Die vervanging gebeurde in verschillende fases en tegen eind de jaren '80 zou er minder dan 100 kilometer aan streektramlijn overblijven.

Door de afbouw van de tram kon de streekbus floreren. een busbouwer die zich kon definiëren was Van Hool. Dit Belgische bedrijf kon zichzelf bewijzen en leverde bussen van hoge kwaliteit af.

Beeld: een museumtram van de ASVI aan het museumdepot in Lobbes

In 1985 werd 100 jaar Buurtspoorwegen gevierd en toenmalig minister van mobiliteit Herman De Croo zei trots "op naar de 125 jaar!". Helaas bleek het niet zo te gaan. De jaren '80 stonden bekend om hun politieke turbulentie. Er werden tal van staatshervormingen doorgevoerd. De belangrijkste op vlak van mobiliteit was die van 1988: toen werd mobiliteit deels opgesplitst. Tram, bus en wegenbouw (en andere zaken) zouden naar de regio's gaan. 

De Buurtspoorwegen hadden door dat als ze wouden blijven bestaan, ze zichzelf opnieuw moesten uitvinden. Er werd een nieuwe kleurstelling bedacht: friswit, met een oranje onderband en "snelle" blauwe strepen. Deze livrei kreeg als bijnaam "Adidas".  Er werd commercieel gedacht en de Belgische busindustrie kreeg de volledige vrijheid om nieuwe bussen te bedenken.

Toch volstond het niet en eind 1990 werden De Lijn en TEC opgericht. De Lijn nam alle stadsvervoersbedrijven en de Buurtspoorwegen in Noord België over, de TEC deed hetzelfde langs in Zuid België. Op papier bleven de Buurtspoorwegen bestaan tot eind '91. Op 30 december 1991 werd de ontbinding van de NMVB/SNCV goedgekeurd op een buitengewone Algemene Vergadering.

In 1991 werd dit promofilmpje gemaakt. Daarin wordt de ontbinding van de NMVB kort uitgelegd en werden ook de plannen voor De Lijn duidelijk uitgelicht. 

De geschiedenis van de 460110

Het experiment van Van Hool: de A280/A500

Toen de NMVB/SNCV eind jaren '80 de Belgische industrie volledig de vrijheid gaf zelf bussen te ontwerpen begon Van Hool te experimenteren. Hun opzet was een nieuw soort stadsbus te ontwerpen.

Het bedrijf kwam al snel op de proppen met de A280. Een bus met een lagere hogevloer en 3 deuren om het in- en uit te stappen te versnellen. De Buurtspoorwegen bestelden 2 reeksen van 10 bussen: 10 voor Namen en 10 voor Aalst.

Later werd het model herdoopt naar A500, dit cijfer stond voor de vloerhoogte: 500 milimeter. Op de Franse markt was model razend populair. Op de Belgische markt iets minder, maar het opende wel de deur voor de latere A300.

De laatste in zijn soort

In 1990 zocht pachter Naway uit Petit-Enghien (Lettelingen in het Nederlands) naar een bus om hun wagenpark te vergroten. In 1988 hadden ze al een A280 bij Van Hool gekocht en waren tevreden over dit type bus.

Toevallig had Van Hool nog een A500, deze bus was besteld door een Franse firma maar besloot deze last-minute niet te kopen. Daardoor kon de buspachter goedkoop hun wagenpark uitbreiden. 

Het bedrijf gaf de vereisten aan NMVB-normen door aan Van Hool. Door vertragingen kwam deze bus pas in juni '91 in dienst. Enkele maanden nadat de TEC de diensten van de NMVB had overgenomen.   

De ster van Edingen

Omdat de NMVB nog op papier bestond was het geen probleem dat de bus nog in de kleurstellingen van de Buurtspoorwegen in dienst kwam. Wel was het uitzonderlijk want andere bussen in zuidelijk België kwamen in dienst in de kleuren van de TEC.

De verwachting was dat deze bus vroeg of laat de kleuren van de TEC zou krijgen maar dat bleef uit. De bus bleef de kleuren van de NMVB vertegenwoordigen.

Daardoor werd deze bus onder de busliefhebbers bekend als een speciale bus maar voor de busreizigers in de omgeving van Halle-Edingen was het hun gewone bus die hun naar hun bestemming bracht.

De 460110 zou het volhouden tot 2017. De bus bereikte toen de leeftijd van 26 jaar. Dat is redelijk uitzonderlijk want een bus gaat normaal gezien 18 jaar mee. Deze A500 werd gekocht door een busliefhebber die de erfgoedwaarde direct inzag.

Eind 2025 besloot deze persoon zijn collectie uit te dunnen en de bus werd aan ons gedoneerd. Het is onze bedoeling om deze bus te restaureren en te laten blinken als allerlaatste bus van de Buurtspoorwegen.

"Deze bus is in de Belgische geschiedenis een uniek stuk. Deze bus was de allerlaatste die in de kleuren kwam van de NMVB. Ze is het symbool van de overgang van een unitaire maatschappij naar gesplitste bevoegdheden."

Ruben Van Miegroet, initiatiefnemer van het project "bus 460110"